Zomerreis Roemenië 2004
Op maandagochtend 4 uur ’s nachts vertrokken wij, lekker
brak, naar Roemenië. ‘Wij’ zijn Wouko, Janneke, Johanan, Jefta,
Marius, Anneloes, Mariëtte, Marinde en Anita. Na de eerste dag hadden
we er al veel kilometers op zitten en zaten we al midden in Hongarije.
De tweede dag kwamen we laat in de avond op de plaats van bestemming
aan: het kamp ‘Pleroma’ in Roemenië. We werden warm
ontvangen door de roemeense jongelui en leiding. Wij als Nederlanders
wilden graag slapen, omdat we moe waren van de reis. Maar de Roemenen
dachten daar anders over (lampen uit, start het keten).
Elke dag stonden we om half 8 op, in ieder geval dat was de bedoeling.
Om 8 uur ieder voor zich stille tijd en daarna ontbijten. Na het ontbijt
hadden we elke dag een bijbelstudie van een Roemeense leiding. Het thema
was Think Big (denk groot), een thema waar we echt iets van hebben geleerd. ’s
Avonds kregen we een bijbelstudie van Johanan, die in het Roemeens werd
vertaald. Ook deze waren erg leerzaam. Tussen die twee bijbelstudies
in was het programma heel gevarieerd. Door de regen hebben we niet veel
buitenspellen kunnen doen. Maar daardoor hadden we wel veel tijd om de
Roemenen te leren scoobydou-en (touwtjes knuppen). Hierdoor kwam het
contact tussen de Roemeense en Nederlandse meisjes eindelijk op gang,
terwijl de jongens allang dikke lol met elkaar hadden.
Toen brak de grote dag aan. We hoorden dat we een trip moesten maken.
Dat houdt in dat je met je groepje (bestaand uit Roemeense en Nederlandse
jongeren) een tocht door de bergen gaat maken. En dat is geen eitje.
Zo’n trip is wel erg teamopbouwend en je hebt onderweg ook veel
lol. Het kan je namelijk gebeuren dat jij op je sokken verder wil, terwijl
dat je schoenen in de modder blijven staan.
Maar na een frisse duik in de rivier na de trip, was alles weer goed.
Zondag gingen we naar Brasov, de stad waar de jongelui wonen. Eerst gingen
we allemaal naar de kerk. Je kunt er niets van verstaan, maar aappies
kijken is ook leuk. Daarna gingen elke Nederlander met een Roemeen mee
naar huis, om daar te eten. Daarna gingen we de stad is en al gauw gingen
we weer eten. Daarna terug met 2 busjes terug naar het kamp. Toen we
op het kamp waren, hebben we de verjaardag van Ramona B en Marius gevierd.
Ook deze avond wilden de Nederlanders vroeg naar bed. We waren moe van
het corveeën, volleyballen en de andere spellen. De Roemenen (en
Jefta) gingen daarentegen nog een kampvuur maken. De volgende ochtend
kwam de familie Haghel en meneer Paduret op bezoek. De zonen van de familie
Haghel hebben spierdystrofie en de oudste drie zitten al in een rolstoel.
Deze jongens en hun vader waren dus een dagje bij ons op bezoek. Meneer
Paduret, een vriend van Wouko, kwam een dagje om te relaxen. ‘
In een van de laatste dagen gingen we nog een trip maken, maar dan met
de hele groep. Na het klimmen de berg op, hadden we een erg mooi uitzicht.
Toen we verder liepen, kwamen we op het territorium van de schaapsherder
en het territorium van de schaapshonden. En dat hebben we geweten. We
liepen heel rustig, maar daar opeens waren de honden. Ze blaften en gromden
en wij waren best bang. Langzaam liepen we achteruit, totdat de schaapsherder
eraan kwam. Van hem moesten we een andere weg nemen, niet over zijn gebied
heen. Dit deden we ook een beetje, maar al gauw waren de honden er weer.
Nog agressiever dan de eerste keer. We stonden in een kringetje en de
honden, die op het punt stonden ons aan te vallen, hadden ons omsingeld.
Gelukkig doordat de honden zo hard blaften, kwam de schaapsherder er
weer aan. Hij had geen minuut langer moeten wachten, want anders moesten
de jongens van Roemenië met de honden gaan vechten. Na dit incident
zijn we toch maar direct naar beneden gelopen en hebben we onze trip
min of meer afgebroken. Dit hondenverhaal was op het moment daar heel
eng, maar naderhand hebben we er ontzettend veel lol om gehad en was
het één van de boeiendste momenten van het kamp.
De laatste dag brak aan, woensdag. De laatste dag om nog even extra
lief je zijn voor degene voor wie je engel moet zijn. Want ook dit jaar
hadden we een engel-actie. Dat betekent dat je iemand moet verwennen,
zonder dat diegene weet dat jij het bent. Je moet dan denken aan briefjes
op je bed en broodjes chocopasta, die worden doorgegeven bij het eten.
Mariëtte had naar ons weten de beste engel. Florin, haar engel en
tevens leiding van het kamp, heeft superveel briefjes gekregen en ook
nog met een interessante inhoud.
Donderdagochtend moesten we al om half 6 opstaan om om 6 uur te vertrekken.
Voor degene die niet hadden geslapen was dit geen probleem. Onderweg
sliep het merendeel. Sommigen konden niet slapen, omdat ze misselijk
waren. Aan het eind van de middag waren we in Arad. In het kleine dorpje
Galsa stopten we, om een nachtje bij een zigeunerfamilie te slapen. We
werden echt verwend met goed voedsel. De WC was iets minder: een houten
hokje midden in de kippenren. Maar ook hier sleepte God ons doorheen. ’s
Avonds gingen we God nog aanbidden en voor de helft van de groep bidden.
Vrijdag, de tweede dag in de auto, hebben we ook veel lol gehad. Het
was te merken dat we een groep waren geworden. Maar het was ook tijd
om naar huis te gaan. Deze dag was Marius echt jarig en dat hebben we ’s
avonds in ons pension gevierd. Daarna hebben we voor de rest van de groep
gebeden. Een echte goede afsluiting. Zaterdag duurde de reis niet lang
meer. Om half 3 waren we alweer thuis. Blij dat we terug in Nederland
waren, maar toch ook terugverlangend naar Roemenië. En wie weet
gaan we er weer snel heen.
Groetjes,
Marinde en Anita
 

|